De “Carrière Wellington” Arras

z3

Arras word weleens de meest Vlaams uitziende stad van Noord-Frankrijk genoemd, als we de gelijkenis doortrekken tot Wereldoorlog één komt de vergelijking uit bij Ieper, beide frontsteden hadden zwaar onder Duits artilleriegeschud te lijden en kwamen uit deze oorlog met een stadskern van monumentale gebouwen die achtergelaten werden als een rokende puinhoop.

za1

Net als Ieper werd de historische stad Arras heropgebouwd uit documenten uit het verleden. Arras had een bijkomende troef om zijn burgers te beschermen tegen oorlogsgeweld tijdens de beide Wereld-oorlogen, de stad is gebouwd op een kalksteen ondergrond en bezat toen al ondergrondse gangen die vanaf de tiende eeuw uitgegraven werden om deze steensoort te gebruiken voor het bouwen van woningen en kerken. Deze ondergrondse gangenstelsels worden plaatselijk “Les Boves” genaamd en strekken zich uit onder de kern van de stad (hier kan men rondleidingen volgen vanuit het Office du Tourisme in het Belfort van Arras). Op 700m loopafstand ten zuiden van het treinstation van Arras is de “Carrière Wellington” gelegen, deze in 2008 tot Memorial omgevormde steengroeve is een eerbetoon aan de Nieuw Zeelandse tunnelgravers die in opdracht van de Britse legerleiding in 1916 begonnen aan de bestaande gangen verder uit te graven tot een ondergronds militair bolwerk met al de voorzieningen voor de 24 000 Britten die hier onder de grond werden bijeen gebracht en door met verkenningskaarten en luchtfoto’s van de RAF werden de ondergrondse vertakkingen en sleuven uitgekapt tot de Duitse eerste loopgraven.

za4            za5a

Alles begon met helse artillerie beschietingen dagen vooraf op de Duitse stellingen, op die bewuste datum 9 april 1917 om 5u30 zetten de Canadese troepen een aanval op naar Vimy Ridge en veroveren deze strategische heuvel, zuidelijks van Arras zijn de Australische troepen aan een offensief begonnen met daartussen een voor Duitse troepen waanzinnige Britse bestorming vanuit de onderaardse gangen vlak voor de hun eerste linie, eerst dachten de Duitsers inslaande mortieren te hebben waargenomen vlak voor de loopgraaf maar de laatse meters hadden tunnellers met springstof de uitgangen weggeblazen en kwamen de eerste stoottroepen te voorschijn, voor de Britten was dit de eerste slag waar zichtbaar succes werd geboekt tijdens de 1ste Wereldoorlog, door deze verassingsaanval kon men de Duitse linies op een front van 20km breed tot ongeveer 10 km achteruit dwingen, deze strijd zou de geschiedenisboeken ingaan als de slag om Arras en deze zou eindigen op 16 Mei 1917 met een balans voor de Britten van 150.000 slachtoffers tegenover dat de Duitse troepen ongeveer 130.000 doden of gewonden aan menselijk leed noteerden.

za7           za8

za9

De “Carrière Wellington” dankt zijn naam aan Nieuw Zeelandse gravers die uit hun thuisland uit de kolenmijnen werden opgetrommeld om als ongewapende soldaten te worden ingezet bij tunnelopdrachten, deze tunnelgravers werkten in een drie ploegenstelsel de klok rond en kregen in de aanvangsfase steun van Franse mijnwerkers die vertrouwd waren met dit gangenstelsel, in de Noordelijke Boves deed het Britse opperbevel beroep op Schotse tunnellers voor deze opdracht.

z6

Het geleide bezoek is goed onderhouden met nuttige informatie en word door eigentijdse digitale snufjes ondersteund, eerst word men met een lift 20 m onder de grond gebracht en wandelt men door gangen met talrijke muur inschriften en tekeningen achtergelaten door de Britse soldaten (deze zijn afgeschermd) die hier hun moeilijke opdracht zaten af te wachten, aan alles werd hier gedacht om deze soldaten een menswaardig onderkomen aan te bieden.

Dit is een unieke site waar men zich de vraag kan stellen hoe 24 000 manschappen op de laatste weken voor dit offensief weten te overleven in de kille ondergrond waar moeilijkheden en wrijvingen onderling vrijwel waren uitgesloten alsook dat deze veilige ondergrond de weg was naar hun mogelijke dood, de geschiedenis leert ons dat je hiervoor Brit moet zijn met zijn eigen humor en levensstijl.

za10          za11

za12

za15

z2

snowy-the-cat

Advertenties

l’Eglise St Pierre Bouvines; Hauts de France. (Dep Nord)

bouv2

Bouvines (Vroegere Vlaamse naam Bovingen) is gelegen in het “Departement Nord” maakt deel uit van arrondissement Lille (Rijsel) en word bevloeit door de Marque en ligt in het agrarische Pévèle (Pevelen).De Pévèle is voornamelijk gekend om zijn Chicon (witloof) waarvan de productie in 1919 rond Camphin-en-Pévèle werd ontwikkeld en werd uitgebreid rond Cambrai en de Franse Leiestreek, en is hiermee de grootste Franse leverancier van deze groente (80% op de binnenlandse markt) en op wereldvlak voor 55% omvang met hun in 1980 gelabelde “Nord Pearl” witloof.

bov2

Het kleine landelijke Bouvines (750 inwoners) bezit sinds 2010 een geklasseerde monumentale kerk,
De “l’Eglise St Pierre” waarbinnen de 21 brandglazen verwijzen naar de Middeleeuwse slag bij Bouvines in 1214, gestreden tussen de Franse Koning Filips Auguste II tegen een coalitie met de Duitse keizer Otto IV van het Roomse Rijk, Ferrand van Portugal (echtgenoot van Johanna van Constantinopel en gravin van Vlaanderen) en Koning Jan I van Engeland (Jan zonder land), deze alliantie werd hoewel in de meerderheid verpletterend verslagen.

bov7

bov5

De kerk werd gebouwd tussen 1880 en 1886 als gedachteniskerk aan deze slag. De architect, Auguste Normand en bouwde de kerk in neogotische stijl en geïnspireerd op de architectuur van de 13e eeuw. Behalve de ramen ziet u in de kerk een prachtige wapengalerij met 173 blazoenen. De ramen van 8 meter hoog en 3,2 meter breed werden in de 19e eeuw vervaardigd en rond 1990 gerestaureerd. Elk raam bestaat uit drie delen, in het bovenste deel zijn engelen afgebeeld; in het onderste deel staan de wapens van degenen die de ramen bekostigd hebben; in het middendeel zijn episoden afgebeeld van de slag bij Bouvines, uitgaande van de kroniek van Guillaume le Breton, kapelaan en biograaf van koning Philippe Auguste II.

bov4

bov9

bov8

In Mons-en-Pévèle is er een bezoekerscentrum rond de twee veldslagen die plaatsgevonden hebben in de Pévèle nl; deze van Bouvines (1214) en van de Pevelenberg (1304), een ludiek museum voor groot en klein. Er is ook een route uitgetekend en bewegwijzerd, deze verbindt de Pevelenberg met de St Pierrekerk  en voert ook over aantal kasseistroken van de wielerklassieker Paris-Roubaix.

bov3

bov6

Een blik op het Wereldoorlog één front door Achiel Van Walleghem.

ac1

Achiel Van Walleghem; Oorlogsdagboeken 1914-1918 (Lannoo) oorspronkelijk verschenen in dertien losse schriften maar nu gebundeld (2014), wordt ingeleid door Piet Chielens conservator van het In Flanders Fields museum Ieper en is hertaald door Willy Spillebeen en biedt hiermee in het begin van het boek een nuttige toelichting op zijn vertaling zonder dat de sappige West-Vlaamse schrijfstijl van Van Walleghem word geschonden (vb Belle het Noord-Franse stadje krijgt nu zijn huidige benaming Baillieul ea).

Bovendien komen in deze vernieuwde editie, in tegenstelling tot de vorige, ook zijn gedwongen verblijf in Normandië van April 1918  tot zijn terugkeer en de eerste jaren na de oorlog tijdens de heropbouw in Dikkebus (1919-1929) aan bod.

vw1a

 Achiel Van Walleghem werd in Pittem geboren (1879) en sleet er ook zijn laatste levensjaren in gezelschap van zijn ongehuwde zussen Rachel en Hélène en broer Modest tot wanneer hij overleed in 1955 in een dementerende toestand en begraven werd in het plaatselijke familiegraf, onwetend dat hij later met zijn dag schriften, een onnavolgbare weergave van het frontleven in zijn omgeving te Dikkebus en later door een gedwongen verhuis naar Reningelst als kapelaan had neergeschreven, zijn leven tussen soldaten, bommen, zijn eigen parochianen  waarvan hij velen heeft begraven door en tijdens beschietingen, verminkt en samengeraapt ontdaan van ledematen of onthoofd hij heeft het allemaal neergeschreven tot in detail , zonder zijn pastoraal werk te vergeten, Van Walleghem bleef bij zijn parochianen en nam geen vlucht zoals tal van geestelijken en ontfermde zich bij het begin van de oorlog over het lot van de vele vluchtelingen die in de Westhoek toestroomden door het Duitse oorlogsgeweld te lande en opgejaagd veiligheid zochten. Kapelaan Van Walleghem ziet zijn kerk in puin opgaan in het verloop van beschietingen, de bevolking uitdunnen doordat kinderen naar veilige Franse oorden worden overgeplaatst en ouderen naar Proven worden ontzet, ziet de plunderingen in verlaten huizen in zijn kerk en pastorij door allerhande geallieerde legers, maar blijft verder de getallen noteren van zijn waarnemingen van inslaande schrapnels, overvliegende vliegtuigen en uitgereikte hosties tijdens zijn misvieringen, zo detail krachtig zijn zijn dagboeken, niets ontgaat deze minzame dorpsherder die eens zijn pastorij onbewoonbaar blijkt zijn intrek neemt bij een vriend landbouwer en in een stal zijn misvieringen verderzet tot ook hij naar veiligere oorden moet vertrekken midden 1916, Van Walleghem vertrekt naar Reningelst waar hij de oorlog op de voet blijft volgen en neemt nu en dan een loopje met zijn eigen veiligheid door geregeld de situatie in het stuk geschoten Dikkebus te komen waarnemen, net zoals hij tevoren de fiere torens van Ieper zoals hij deze vernoemde zag weggevaagd worden onder bulderende en gierende artillerie inslagen om te eindigen met een brandende stad die verboden werd voor iedereen.  Waarnemen, pastoor Van Walleghem blijkt naar zijn schriften heel goed op de hoogte van het reilen en zeilen aan het front door zijn gesprekken met de Engelse Officieren, wist hij dat er in Juni 1917 een enorme ontploffing zou plaatsvinden in de regio (Mijnenslag bij Mesen) en zorgde ervoor dat hij tijdig uit zijn bedstee was om het schouwspel te aanschouwen, ook via zijn broers soldaten Jozef en Remi was hij op de hoogte van het Belgische frontleven langs de Ijzer.  De historische waarde en juistheid  van de oorlogsdagboeken van Achiel Van Walleghem is zeer hoog en betrouwbaar daar men een juiste weergave krijgt van het leven van de plaatselijke bevolking, vluchtelingen en geallieerde legers die gedwongen  samenleven met elkaar en bestookt worden door de vijand met allerhande formaten van artillerie tot gifgas (Van Walleghem had ook een meter op zak om de afmetingen van obussen te meten die de Engelsen zouden terugsturen als tegengewicht op de Duitse beschietingen), met zijn alom tegenwoordige oor hoort hij beschietingen vanuit de loopgraven en ziet de doden en slachtoffers terug brengen en helpt hen te begraven, men leest ook verrassende details die door historische schrijvers werden ontzien daar zij niet aanwezig waren in en rond het front, Kapelaan Achiel Van Walleghem schrijft over Zuid Europese troepen waar deze historici geen weet van hebben en in het Ieperfront aanwezig zijn geweest daar hij deze heeft waargenomen en nog tal van andere front bedrijvigheden.  Wie deze oorlogsdagboeken heeft gelezen zal veel wijzer uit de Ieperboog komen wat het volk en landschap heeft geleden, wie zich heeft verrijkt, hoe de terugkerende bevolking hun huizen heropbouwen uit het puin, boeren hun akkers bewerken tijdens en na de oorlog en met Chinese werkers ijzervrij trachten te maken.

ac2
Enkele citaten uit het oorlogsdagboek; Ook boerderijen gaan vaak in vlammen op door onvoorzichtigheid van de soldaten, maar de achtergebleven Belgen doen ook zaken met de Britten. Mannen delven mee in de loopgraven en schieten daar vaak het leven bij in. Vrouwen werken in de wasserij van de Britten of verkopen zelfgemaakte kant die fel gegeerd is bij de Engelsen. Kinderen lopen leerachterstand op, maar leren wel Engels en ook voetballen. En zelfs de Belgische artilleristen (7de/13de  Artillerie) verkopen allerlei prullaria (gegraveerde obussen) om hun karige soldij aan te vullen.
Notitie van 5 december 1916; een Duits vliegtuig werpt een bom op het huisje Bulteel in Reningelst. Die ontploft op de zolder. De ramp was verschrikkelijk. Vier kinderen sliepen op de zolder. Eén ervan, een jongetje van vier jaar, werd op slag gedood. Een meisje van 13 werd afgrijselijk gewond en stierf nog dezelfde avond in het hospitaal van Couthove. Een jongen van negen jaar werd ook erg gewond, maar is gelukkig na drie maanden genezen. Een andere jongen was ongedeerd. Beneden sliepen vader en moeder en tussen hen het jongste kind. Het kind werd gedood en afgrijselijk verminkt en hoe wonder, vader en moeder hadden niet het minste letsel bekomen. O die lelijke Herodes! Ruim een half jaar later noteert Van Walleghem. “Elke dag zie ik van op mijn kamer dat vader Bulteel het graf van zijn drie verongelukte kinderen komt bezoeken.    

Bij deze “Oorlogsdagboeken 1914-1918” van Achiel Van Walleghem komt men bijna uit bij een kroniek van een levensbeschrijving omdat het neergeschreven is uit dagelijkse losse notities waaraan de kapelaan er soms met enige weken vertraging zijn persoonlijke opmerkingen heeft bijgevoegd, het is één van de zeldzame en authentieke boeken die men uit het Belgische frontleven kan vinden en lezen.